Veiligheid
Besluit veiligheid van attractie‐ en speeltoestellen (WAS):
Het besluit regelt de veiligheid van attractie- en speeltoestellen. Deze toestellen moeten regelmatig worden gekeurd. Het toezicht berust bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Speeltoestellen zijn niet elektrisch aangedreven, maar maken uitsluitend gebruik van menselijke energie en zwaartekracht. Bijvoorbeeld: wip, schommel en veertoestel. Het gaat om speeltoestellen in de openbare ruimte, maar bijvoorbeeld ook bij scholen en kinderdagverblijven. Dezelfde speeltoestellen bij een particulier in de tuin worden beschouwd als speelgoed en vallen niet onder de werking van het besluit.
De wet bepaalt onder meer:
- Attractie- en speeltoestellen zijn zodanig ontworpen en vervaardigd, hebben zodanige eigenschappen en zijn van zodanige opschriften voorzien, dat zij bij redelijkerwijs te verwachten gebruik geen gevaar opleveren voor de veiligheid of de gezondheid van de mens.
- Bij het ontwerpen en vervaardigen van een attractie- of speeltoestel alsmede bij de opstelling van de gebruiksaanwijzing moet de fabrikant niet alleen uitgaan van een normaal gebruik van het toestel maar tevens van het redelijkerwijze te verwachten gebruik daarvan.
- Degene die een attractie- of speeltoestel voorhanden heeft, zorgt ervoor dat het toestel zodanig is geïnstalleerd, gemonteerd en zodanig is beproefd, geïnspecteerd en onderhouden en zodanig van opschriften is voorzien, dat er bij gebruik geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid van personen bestaat.
Er worden eisen gesteld aan toestellen. Er dient een logboek bij te houden geworden waarin opgenomen resultaten van eigen inspecties, onderhoud en ongevallen. Toetsing wordt uitgevoerd door de inspectie Warenwet.
Hygiëne
2. Handen wassen
3. Wassen en drogen van de handen
4. Wegwerphandschoenen
5. Verschonen
6. Schoonmaken
7. Desinfectie
8. Nagels
9. Sieraden
10. Wasgoed
1.Indien sprake is van bloederige diarree en koorts (>38,5 oC) moeten kinderen geweerd worden van het kinderdagverblijf gedurende de periode dat deze klachten aanwezig zijn.
2.Het is zeer belangrijk dat zowel pedagogisch medewerkers als kinderen de handen wassen op de onderstaande momenten. Handalcohol mag niet worden gebruikt ter vervanging van het wassen van handen, wel als aanvulling na het handen wassen.
- Voor het bereiden van voedsel
- Voor het eten of helpen bij het eten
- Na het toiletgebruik
- Na contact met lichaamsvochten1
- Na verschonen van een kind/afvegen van billen
- Na schoonmaakwerkzaamheden (denk ook aan bedden verschonen) en desinfectie
- Na contact met de afvalbak
- Na contact met bevuilde textiel met lichaamsvochten1
- Na omgang met dieren
- Na het dragen van wegwerphandschoenen
- Na het buiten spelen
- Indien handen zichtbaar vervuild zijn
3.Het wassen en drogen van de handen moet volgens de onderstaande punten:
- Gebruik stromend water
2. Gebruik vloeibare zeep
3. Was gedurende minimaal 10 seconden
4. Spoel de handen al wrijvend af
5. Sluit de kraan met een wegwerpdoekje of de elleboog.
6. Droog de handen af met een schone droge handdoek, bij voorkeur een wegwerpdoekje
7. Bij het wegwerpen van het doekje mag er geen contact met de afvalbak zijn.
- Wegwerphandschoenen moeten worden gebruikt bij een mogelijkheid op contact met diarree of braaksel. Dit geldt voor alle mogelijke contacten, dus zowel bij verschonen als het schoonmaken van oppervlakken/ruimten. Direct na de handeling moeten de wegwerphandschoenen worden uitgetrokken. De handschoenen moeten binnenste buiten uitgetrokken worden, er mag geen aanraking zijn met de omgeving (zoals telefoon, deurknop, toetsenbord etc.) voordat de handen gereinigd zijn.
- Bij het verschonen van kinderen moeten in ieder geval de volgende punten worden uitgevoerd:
- Indien wegwerphandschoenen worden gebruikt, mogen deze alleen tijdens de verzorging van één kind worden gebruikt (dus niet dezelfde handschoenen bij meerdere kinderen).
- Het verschonen van kinderen dient strikt gescheiden te zijn van de plaats waar voedselbereiding plaats vindt, d.m.v. aparte werktafels.
- Zieke kinderen zoveel mogelijk als laatste verschonen.
- De verschoonplek moet schoon zijn. Na het verschonen van ieder kind moet het verschoonkussen worden gereinigd.
- De bekleding van het aankleedkussen moet goed te reinigen zijn, de bekleding mag niet beschadigd zijn.
6.Het schoonmaken moet in ieder geval op onderstaande wijze:
- Oppervlakken moeten worden schoongemaakt van schoon naar vuil en van hoog naar laag.
- Bij het reinigen moet extra aandacht besteed worden aan handcontactpunten, zoals kranen, lichtknopjes, deurkrukken en doorspoelknoppen.
- Gebruik bij het reinigen dagelijks schoon materiaal, maak geen gebruik van sponzen.
- Het speelgoed dat gebruikt is door zieke kinderen moet dagelijks gereinigd worden.
- Oppervlakken die zijn verontreinigd met braaksel en diarree moeten direct door een medewerker huishoudelijk worden schoongemaakt en vervolgens gedesinfecteerd.
- Het toilet moet minimaal 2 maal per dag worden schoongemaakt en aansluitend moet desinfectie plaats vinden.
- Desinfectie dient plaats te vinden volgens een standaard protocol:
Bij kleinere oppervlakken, zoals aankleedkussen, speelgoed of de thermometer:
1. Reinig het oppervlak met een allesreiniger.
2. Spoel het oppervlak na met schoon water en droog het met een schone doek of papier.
3. Dep de plek waar de bevuiling zat met alcohol 70% en laat de alcohol aan de lucht drogen.
Bij grotere oppervlakken:
1. Reinig het oppervlak met een allesreiniger.
2. Spoel het oppervlak na met schoon water en droog het met een schone doek of papier.
3. Gebruik chloortabletten (dosering van 1000 ppm). Los één chloortablet van 1,5 gram actief chloor per tablet op in anderhalve liter handwarm water. Bij tabletten met 1,0 gram actief chloor per tablet moet één tablet worden opgelost in één liter water.
4. Sop het oppervlak hiermee in en laat het minimaal vijf minuten inwerken.
5. Spoel het oppervlak daarna schoon met schoon water.
- De nagels van pedagogisch medewerkers op het kinderdagverblijf zijn kortgeknipt en schoon. Er mogen geen kunstnagels worden gedragen.
- Pedagogisch medewerkers mogen tijdens hun werk geen polshorloge, armbanden en ringen dragen.
- Bevuild linnengoed moet worden gewassen op 60 oC of hoger en moet machinaal gedroogd worden.
Wetten en regels
Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen:
De wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen regelt de tegemoetkoming in de kosten voor de kinderopvang aan ouders/verzorgers en de waarborging van de kwaliteit van de opvang en peuterspeelzalen. Voor kinderopvangvoorzieningen die onder de Wet kinderopvang vallen, kunnen ouders een bijdragen in de kosten ontvangen van de overheid. Ook ouders die geen werk hebben, kunnen soms een bijdrage krijgen. Deze bijdrage, of kinderopvangtoeslag, wordt via de belasting gegeven. Elke kinderopvang moet ingeschreven staan in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen.
De belangrijkste regels zijn:
- Als er voorschoolse educatie wordt gegeven, moeten er altijd 2 beroepskrachten zijn.
- Ouders van kinderen die voorschoolse educatie nodig hebben in de peuterspeelzalen krijgen een financiële tegemoetkoming.
- De GGD houdt toezicht op de kwaliteitseisen in peuterspeelzalen.
- De inspectie van het onderwijs houdt toezicht op de voorschoolse educatie.
- Gemeenten krijgen de wettelijke verantwoordelijkheid om een goed voorschools aanbod te hebben voor alle jonge kinderen met een taalachterstand.
De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht op de kwaliteit van de opvang in geregistreerde kindercentra en peuterspeelzalen. De GGD voert de inspectie uit. Het rijk houdt toezicht op de controle door de gemeente.
Verklaring omtrent het gedrag:
Iemand die structureel in de kinderopvang werkt, heeft een verklaring omtrent het gedrag nodig. De verklaring moet voor de definitieve aanstelling ingeleverd worden. Uit de verklaring blijkt dat je gedrag geen bezwaar oplevert voor de nieuwe baan. Je krijgt alleen een verklaring als uit onderzoek blijkt dat je geen strafbare feiten hebt gepleegd die mogelijk relevant zijn voor het beroep die je gaat uitoefenen. Ook vrijwilligers en stagiaires hebben een verklaring nodig. De aanvraag wordt bij de afdeling Burgerzaken van de gemeente aangevraagd. De toekomstige werkgever ondertekent de aanvraag. Hij geeft aan waarom de verklaring wordt aangevraagd en wat de functieaspecten zijn. De gemeente doet vervolgens onderzoek bij de Justitiële informatiedienst naar je gedrag. Als alles in orde is, krijg je de verklaring.
Wet bescherming persoonsgegevens:
De wet bescherming persoonsgegevens beschermt personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en het vrije verkeer van die gegevens. Elk kind dat op de wachtlijst staat of dat op een kinderopvang geplaatst is, daarvan worden de nodige gegevens vastgelegd en bewaard. Ze worden bewaard op het centraal bureau, op het kantoor op de locatie waar het kind zit en op de groep waar het kind zit.
Op het centraal bureau worden digitaal de persoonsgegevens bewaard van ouders en kinderen. Dat zijn voldoende gegevens om de kinderen op te kunnen roepen, en de plaatsingsdagen bij te kunnen houden.
Op de locaties worden uitgebreidere gegevens van ouders en kinderen bewaard. Daar wordt met de kinderen gewerkt en zijn er dus meer gegevens nodig. Elk kind heeft een eigen dossier met: naam, adres en woonplaats, bereikbaarheid ouder, gegevens over inentingen, ziekten enz. De gegevens staan op papier. Ze zijn privacygevoelig. Ze worden op een centrale plek bewaard in een afgesloten kast.
Daarnaast zijn er op de groep kindgegevens aanwezig die nodig zijn voor het dagelijkse werk: de telefoonnummers van de ouders, waar zij te bereiken zijn, de namen van degenen die het kind mogen halen, bijzonderheden over het kind enz. Deze gegevens zijn in een map opgeborgen waar ook oproepkrachten en stagiaires bij kunnen.
Wet bescherming persoonsgegevens:
De wet bescherming persoonsgegevens beschermt personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en het vrije verkeer van die gegevens. Elk kind dat op de wachtlijst staat of dat op een kinderopvang geplaatst is, daarvan worden de nodige gegevens vastgelegd en bewaard. Ze worden bewaard op het centraal bureau, op het kantoor op de locatie waar het kind zit en op de groep waar het kind zit.
Op het centraal bureau worden digitaal de persoonsgegevens bewaard van ouders en kinderen. Dat zijn voldoende gegevens om de kinderen op te kunnen roepen, en de plaatsingsdagen bij te kunnen houden.
Op de locaties worden uitgebreidere gegevens van ouders en kinderen bewaard. Daar wordt met de kinderen gewerkt en zijn er dus meer gegevens nodig. Elk kind heeft een eigen dossier met: naam, adres en woonplaats, bereikbaarheid ouder, gegevens over inentingen, ziekten enz. De gegevens staan op papier. Ze zijn privacygevoelig. Ze worden op een centrale plek bewaard in een afgesloten kast.
Daarnaast zijn er op de groep kindgegevens aanwezig die nodig zijn voor het dagelijkse werk: de telefoonnummers van de ouders, waar zij te bereiken zijn, de namen van degenen die het kind mogen halen, bijzonderheden over het kind enz. Deze gegevens zijn in een map opgeborgen waar ook oproepkrachten en stagiaires bij kunnen.
Arbowet:
Deze wet bevat veel voorschriften zodat je werknemers in een gezonde en veilige omgeving kunt laten werken. Aan de hand van de voorschriften in de Arbowet kun je een goed arbo beleid binnen je bedrijf opzetten. Daarnaast beschrijft de Arbowet precies de taken en mogelijkheden die de werkgever, de werknemers, de ondernemingsraad, de arbodienst en de Arbeidsinspectie hebben. Daarbij moet je als werkgever aandacht schenken aan:
- Een veilige en gezonde organisatie van het werk
- Voorkomen en beperken van risico’s voor veiligheid en gezondheid van werknemers
- Een veilige en op de werknemer afgestemde inrichting van de arbeidsplaatsen, werkmethoden en arbeidsmiddelen
- Variatie en tempo van de arbeid
- Maatregelen bij gevaar en ongevallen
- Voorkomen en beperken van ziekteverzuim van werknemers
- Begeleiden van zieke werknemers
- Bescherming van werknemers tegen seksuele intimidatie en tegen agressie en geweld
Het doel is om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen.
Infectieziekten wet:
De infectieziekten wet treft voorzieningen voor het afwenden van gevaren die voortvloeien uit het optreden van infectieziekten bij mensen. De wet regelt onder andere de meldingsplicht van artsen en de bijzondere maatregelen die getroffen moeten worden bij infectieziekten die erg besmettelijk zijn.
Voedsel en Warenwet:
Wanneer iemand binnen de instelling eten en drinken verstrekt, bereidt, verwerkt, behandelt of verpakt dient te beschikken over een zogenoemd ‘voedselveiligheidssysteem’ of te werken volgens de hygiënecode of HACCP plan (beheerssysteem voor voedselveiligheid. Het voedsel moet veilig zijn voor de consument. Toetsing wordt uitgevoerd door de Voedsel en Warenautoriteit.
Milieu
Wet milieubeheer:
De Wet milieubeheer is de belangrijkste milieuwet. Deze wet bepaalt welk wettelijk gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen. De belangrijkste instrumenten zijn milieuplannen en milieuprogramma's, milieukwaliteitseisen, vergunningen, algemene regels en handhaving. Ook bevat de wet de regels voor financiële instrumenten, zoals heffingen, bijdragen en schadevergoedingen.
De Wet milieubeheer geeft algemene regels voor verschillende onderwerpen, van stoffen en afvalstoffen tot handhaving, openbaarheid van milieugegevens en beroepsmogelijkheden.
Maak jouw eigen website met JouwWeb